Brammetje heeft heel veel vragen in z’n hoofd. Brammetjes hersenen zitten nooit stil, en hij zelf daarom ook niet. Zoals hoeveel kopjes passen er op een stapel? Hebben mieren ook klaar-overs om veilig over te steken? Of kun je ze beter een handje helpen? Als je op een stoel kunt zitten, kan een stoel dan ook op jou zitten? Hoeveel woorden zijn er met een ‘oe’? Hoe zou het zijn als álle woorden een ‘oe’ hadden?
Allemaal vragen die Brammetje Baas (“Broemoetjoe Boes”) zich stelt. Vragen waar zijn hoofd mee volstroomt.

Brammetje is een gewone jongen. Hij is dromerig én druk. En beweeglijk, soms heel beweeglijk, soms zo beweeglijk dat hij er zelf moe van wordt. (Misschien is hij toch niet zo’n heel gewone jongen.)

Shares
Share This